Goodmorning. It is 9 o’clock, start of this exam. As of now the rules and regulations of conduct apply. Mobile phones and other electronic devices are not allowed. Please switch them off and put them in your backs or on the floor.  Badend in het zweet wordt Luuk wakker van de wekker. “Was het maar een tentamen” zal hij gedacht hebben. Het gros van de groep heeft net als Luuk wat opstartproblemen, maar maakt zich vol goede moed klaar voor een nieuwe dag. 45 man verzamelen zich in de lobby om te beginnen aan de tocht richting het parlementsgebouw. Twee man hebben zich geslachtofferd en besluiten achter te blijven om de veteraan alvast te begeleiden naar de tweede activiteit van de dag. Hij was ietwat bijgekomen, maar had het nog steeds zwaarder dan de rest en kon wel wat extra hulp gebruiken. Het zal de leeftijd wel zijn. Ondanks dat het vroeg is, brandt het zonnetje al lekker en is de temperatuur aangenaam als de rest van de groep zich een weg baant richting het parlement. De tocht is kort en verloopt zonder problemen. Eenmaal gearriveerd bij het parlement, werd de groep onderworpen aan een veiligheidscontrole. Gek genoeg was het niet toegestaan om voorwerpen zoals messen en scharen mee naar binnen te nemen. Waar vrijwel iedereen dit vrij logisch vond, vroeg één persoon zich af wat ze nu met haar meloenmesje moest gaan doen. Teleurgesteld besluit ze haar waardevolle hulpmiddel tijdelijk af te staan en het gebouw te betreden. Eenmaal binnen stond er een overenthousiaste vrouwelijke gids te wachten, waar de energie vanaf spetterde. Eren wie ere toekomt, want haar rondleiding was alles wat je ervan verwacht had: buitengewoon goed. Wat nog meer noemenswaardig was aan het parlement? Relatief veel goud. Na afloop van de rondleiding was het tijd om richting de volgende locatie te gaan. De grote markthal een aantal kilometers verderop. Hier hoopt de groep zich te kunnen herenigen met de veteraan en de twee andere groepsgenoten. Er was echter nog één kleine tussenstop langs de Donau. Zestig paar metalen schoenen op de rand van de kade, ter nagedachtenis aan de joden die hier tijdens de Tweede Wereldoorlog om het leven zijn gekomen.

 

Aangekomen op het pleintje, blijkt het een hele opgave te zijn om ze te vinden. Uiteindelijk is het de Vlaamse gids met een, gek genoeg, Frans accent die het gezelschap signaleert. Terwijl ze op het drietal afstormt, schreeuwt ze in haar beste Nederlands “Allez, daar zitten ze hè!”. Het drietal is praktisch een geworden met de omgeving. Al zittend op een stenen bankje hebben ze zich gemengd met de Boedapestenaren en zijn ze een lokale duivenkolonie aan het observeren en analyseren (een van de duiven werd helaas structureel gepest door de andere duiven en heeft mogelijk te kampen met depressie en hieraan gerelateerde klachten). Rechts van ze zit een oud koppeltje, wiens gezamenlijke leeftijd mogelijk gelijk is aan het aantal jaren dat Boedapest bestaat, en links van ze een zwerver met al zijn hebben en houden, waaronder een heuse fles Fanta®. Want daar bespaar je uiteraard niet op. Wederom was het tijd voor vrije tijd, ditmaal om de grote markthal vanbinnen te bewonderen. Van het ongemak dat ervaren werd door de reisgenootjes op de eerste dag, was gelukkig weinig te herkennen en de verschillende groepjes splitsten zich direct op. Binnen in de markthal werd pas duidelijk hoe groot de hal daadwerkelijk was. Een groot scala aan kraampjes voor zo ver het oog reikt. Waren variërend van alcohol, tot fruit, vlees, alcohol, groente, meer vlees en nog wat meer vlees. En uiteraard de immer vriendelijke Hongaarse verkopers. Op de tweede verdieping was er voor de koopgrage toerist van alles te vinden. Vooral goedkope prullaria die iedereen tegen een veel te hoge prijs kan en wil kopen. En vlees. Heel veel vlees.

 

 

De middag is voorbijgegaan aan bezoekjes aan de synagoge, het park of een gezellig terras en de avond is reeds begonnen. De groep heeft zojuist bij een lokale Zweedse tent kunnen genieten van heerlijke Zweedse traditionele gerechten zoals nacho’s, gekookte cactus, chickenwings en rijst. Uiteraard onder het genot van lokale muziek, met klassiekers zoals “lang zal ze leven” en “hankie pankie Shanghai”. Het is tijd voor een kroegentocht door de grotten van Boedapest. En wie kan je beter begeleiden door de grotten van een stad, dan iemand die in deze grotten geboren en getogen is. Welbekend en alom gevreesd in de krochten van de stad. Een trol, bekend onder de naam Goldie. Kroeg na kroeg werd ons getoond, ieder met zijn eigen verhaal en specialiteit van het huis. In de voorlaatste kroeg wordt er echter een wonderbaarlijke ontdekking gedaan door een groepje stoutmoedige avonturiers. Op een afgelegen plek, op het diepste punt van de grot, wordt er een schat gevonden. Van de waarde kon men slechts speculeren. “Een gegeven paard, mag je niet in de bek kijken” roept een van de metgezellen “da’s onbeschoft”. Die schat mochten we dus niet zomaar laten liggen en zo geschiedde. Een van de Limburgers van de groep vond het echter onfatsoenlijk om te nemen, zonder iets terug te geven. Er werd ook iets persoonlijks achter gelaten op de plek waar de schat gevonden was. Het is immers onfatsoenlijk om niet aan je medemens te denken. Tijd om de laatste kroeg aan te doen, de avond af te sluiten en ons bed op te zoeken.

 

De volgende ochtend begint gelukkig wat later. Rond het middaguur verzamelen we om naar de middagactiviteit te gaan. Ditmaal twee keuzes. Enerzijds, is er de mogelijkheid om in Terror Haza educatief bezig te zijn en kennis te vergaren over de twee terreurregimes die de Hongaren hebben overleefd. Anderzijds, konden de studenten gaan kijken hoe aapjes rondslingeren, zeehondjes zwemmen en ijsbeertjes bezig zijn met zaken die niet geschikt zijn voor alle kijkers. Om de reisgenootjes tegemoet te komen voor al de uurtjes die te voet hebben afgelegd in de afgelopen dagen, gaan we met de bus. Althans, dat was de intentie. Technische foutjes blijken niet slechts beperkt te zijn tot de karaoke bar in Boedapest. De berichten per telefoon, postduif en, echt old-school, sms zijn niet aangekomen en de bus stond een kwartier te vroeg klaar. Met gepaste paniek, haast en een vleugje boosheid, roept Math vermanend “NU INSTAPPEN, WE VERTREKKEN!”. De paniek sloeg over op het handjevol reisgenootjes dat al klaar stond om te vertrekken en gehaast rent men de bus in. Nog voordat de studenten zitten en de deur van de bus geheel gesloten is, trapt Peter op het gaspedaal en vertrekt met de noorderzon. Buiten verzamelt de rest van de groep zich. Teleurgesteld kijkt men om zich heen. “We zouden toch met de bus gaan?” klinkt het. Ja kinders, dat was de intentie. De sterren zijn ons echter niet gunstig gezind en lopen zullen jullie. Na wat gekloot met de navigatie, wordt de weg vervolg naar het Heldenplein. Te voet. Helaas.

 

Het lopen blijkt van korte duur. Al snel heeft de groep er genoeg van en wordt er besloten de metro te nemen. Achteraf gezien, geen slechte keuze aangezien het gratis bleek te zijn. Bij iedere halte die wordt bereikt, klinkt er een triomfantelijk deuntje. Eentje die nog nét niet zegt: “gefeliciteerd, u bent wederom niet verongelukt in onze gedateerde metro”. De groep stapt uit, loopt de trapjes op en wordt begroet door een torenhoge zuil met op de top een beeld van de aartsengel Gabriel. Aan weerszijden van de zuil staat een zuilengalerij. Hierin staan standbeelden van beroemde Hongaren, de helden uit de welbekende Hongaarse geschiedenis. Helden zoals Koloman, de Hongaar die het verbood om heksen te verbranden (en indirect dus de reden dat we met sommige mensen, die ik niet nader kan of mag noemen, opgescheept zitten), en Hunyadi János. Uiteraard bekend van de slag bij Nándorfehérvár. Wie kent ze niet? Even voor de zuil ligt het graf van de Onbekende Soldaat – een gedenksteen – en een eerbetoon aan de naamloze oorlogsslachtoffers van Hongarije. Evenals eerdere bezochte bezienswaardigheden, is ook het heldenplein, vanzelfsprekend, adembenemend mooi. Snel tijd voor een bezoek aan de dierentuin, want over een aantal uur is het tijd voor de groepsfoto. Op het plein. Bij al onze favoriete Hongaarse helden.

 

Het is zover. Vol spanning wacht een deel van de groep al op het heldenplein om de foto te maken als een gedeelte van de dierentuingroep aan komt lopen. “Waar is de rest?” klinkt het mopperend vanuit meerdere richtingen. “Geen idee, wij zijn aanzienlijk later vertrokken” antwoord het groepje nonchalant. Het geklaag en gemopper gaat door. Mensen zijn ongeduldig en willen graag beginnen aan de rest van het middagprogramma. De sfeer werd grimmig, maar na een kwartiertje komt het overige deel van de groep aangestrompeld uit een onverwachte hoek. Waar ze vandaan kwamen en hoe ze gelopen hadden, konden ze helaas niet vertellen. Waarschijnlijk uit schaamte, aangezien de route absoluut niet lastig was. Wat ze wel konden vertellen, was dat het moment voor de foto aangebroken was. Met behulp van een uitmuntende fotograaf wordt de foto genomen en kan men verder met het middagprogramma. De groep splitst zich op, en men verspreid zich door de stad.

 

De lucht is ondertussen donker geworden en er vallen dikke regendruppels uit de lucht. “Het brandt, het brandt!” roept een groepje zigeuners alvorens het gaat schuilen onder een parasol op het terras. Enige tijd hiervoor, heeft een groepje reisgenootjes zich een plek weten te bemachtigen onder deze zelfde parasol. Met argusogen houdt de oudste van het stel de zigeuners al mopperend in de gaten. Onder het groepje reisgenoten bevindt zich ook de jongeman met het vlassige baardje. “Ik zal de groep er maar even op attenderen dat het regent” zegt hij “het is tijd voor het regenprogramma. Het regent namelijk”. Terwijl hij van het uitzicht geniet pakt hij zijn telefoon en contacteert hij de rest van de reisgenoten. Binnen enkele seconden ontvangt hij reacties vanuit verschillende hoeken van de stad. Mensen die ruim op tijd aan het regenprogramma waren begonnen en droog zaten. En mensen die minder goede keuzes hadden gemaakt. Mensen die de echte waarde van het regenprogramma niet goed hadden ingeschat. Mensen die zeik, maar dan ook zeiknat waren. De moraal van dit verhaal? Zo’n regenprogramma vooraf opstellen, is ideaal.

 

De klok tikt door en de maagjes beginnen nogmaals te rammelen. Het laatste avondmaal, in Boedapest dan, is een buffet met van alles en nog wat. Er is met iedereen rekening gehouden. Wie denkt dat het lastig was om rekening te houden met de grote hoeveelheid aan allergieën, heeft overduidelijk nog nooit een maal gedeeld met Mitch (beter bekend als de acteur van die ene trilogie). Maar ook voor onze beroemdheid was er keuze zat.

 

Één laatste keer de stad in. Één laatste keer de bloemetjes buiten zetten in deze heerlijke stad, waarvan iedereen zó genoten heeft. Één laatste keer op avontuur. Één laatste keer alles eruit proberen te halen. Één (of meerdere) muur (meervoud, je snapt het principe) tegenkomen, vallen en toch weer opstaan. Dat is wat men wil. En het beste nieuws? De eerste drankjes zijn gratis. Vanuit het hostel verzamelt zich een groot deel van de groep om richting de eerste bar van de avond te gaan. Hier wordt al vrij snel duidelijk dat de laatste avond een mooie avond ging worden. Gratis drank, gratis muziek en gratis lucifers. Bestaat er een betere combinatie? “We gaan door! Naar die tent van gisteren”. Joost mag weten wie het de groep kwam vertellen, maar als een kudde schapen liep men de herder achterna. Naar de kroeg waar de groep avonturiers een schat van ongekende waarde gevonden had. “Het moment om te kijken of ons presentje ook werd gewaardeerd” riep een van de desbetreffende avonturiers. Eenmaal aangekomen, werd het grootste gedeelte van de groep direct gegrepen door de muziek en kon men het niet laten om te gaan dansen. De groep avonturiers heeft zich richting de afgelegen plek, op het diepste punt van de grot, begeven. “Hij is weg” lacht een van de avonturiers goedhartig. “Hij is weg, we hoeven ons niet schuldig te voelen”. Ergens heeft iemand een heel goede nacht gehad, denkt de groep. Met een gerust hart gaan ook de avonturiers richting de rest van de groep op de dansvloer. Goed barpersoneel, leuke muziek en zelfs een professionele visagist uit Nederland voor de gender-onzekere. De laatste avond had bijna niet mooier afgesloten kunnen worden.

 

De morgen is aangebroken, het laatste uur heeft geslagen. De gehele groep heeft zich verzameld en gooit onder het genot van een brandend zonnetje zijn of haar spullen in de bus. De sfeer zit er lekker in en iedereen heeft enorme zin in de busreis terug. De indeling is lichtelijk veranderd en zo ook de verhouding aan mensen die al dan niet spijt gaan krijgen van hun keuze. Achterin de bus is het tijd voor de tweede editie van party bus Math en Peter. Voorin de bus zit een groep mensen die zich bezighoudt met andere zaken, zoals studeren (haha Luuk), film kijken en puzzelen. Wederom begint het tumult langzaam onder het genot van hét nummer van 2018. Hot, door Inna. Echt upcoming. Het startsignaal van een heerlijke terugreis is gegeven en Math trapt het gaspedaal in. Trots denkt Math terug aan de dingen die hij in de afgelopen dagen mee had gemaakt. “Dat vignet heb ik toch goed weten te regelen, dat neemt niemand meer van me af”.

– Mot van de Achterdeur, 2018

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan de in dit verhaal beschreven personages, gebeurtenissen en locaties. Deze zijn mogelijk gebaseerd op de waarheid van de auteur. Alle informatie is dan ook onder voorbehoud van denk- en geheugenfouten. Ingeval van twijfel omtrent de juistheid van dit verhaal dient de lezer dienaangaande nader onderzoek te verrichten (artikel 3:11 BW). De auctor intellectualis wenst gedeeltelijk anoniem te blijven. Dientengevolge is dit artikel geschreven onder een pseudoniem.